top of page

Taal en relaties zijn ook context: hoe verhalen gedrag sturen

30 okt
8 minuten om te lezen

Een woord kan speeksel oproepen zonder dat er iets te eten is. Eén blik kan een oude herinnering activeren. Een zin als "ik ben niet goed genoeg" kan gedrag sturen in een vergadering, een relatie en een therapiesessie. Binnen procesgerichte ACT vormen taal en relaties zelf een belangrijk deel van de context.


We reageren namelijk niet alleen op wat er letterlijk voor ons gebeurt. We reageren ook op alles wat via woorden, herinneringen en symbolische koppelingen wordt meegenomen. De Relational Frame Theory, de RFT, helpt begrijpen hoe zulke netwerken ontstaan en waarom een verhaal soms sterker lijkt en ons gedrag meer beïnvloedt dan de actuele werkelijkheid.


Inhoudsopgave

1. Waarom taal meer doet dan beschrijven

2. Hoe relaties tussen woorden ontstaan

3. Van losse koppelingen naar netwerken

4. Wat transformatie van stimulusfuncties betekent

5. Hoe het verhaal dat je over jezelf hebt gemaakt gedrag stuurt

6. Wat dit vraagt in therapie

7. Conclusie


Een persoon die reageert op een woord terwijl verschillende herinneringen en betekenissen op de achtergrond worden opgeroepen
Een woord komt zelden alleen.

















Waarom doet taal meer dan de werkelijkheid beschrijven?

Taal stelt mensen in staat om gebeurtenissen te verbinden die niet tegelijkertijd aanwezig zijn. Je kunt aan gisteren denken, je een toekomst voorstellen, reageren op een persoon die niet in de kamer is en bang worden voor iets wat nog nooit is gebeurd of wat je zelf niet hebt meegemaakt.


Dat vermogen is ongelooflijk waardevol. Het maakt leren, plannen, samenwerken en cultuur mogelijk. Tegelijk kunnen taal en relaties ervoor zorgen dat het lichaam reageert alsof een gedachte de actuele werkelijkheid is.


Denk aan een zuur snoepje zoals bijvoorbeeld een napoleonsnoepje. Alleen de gedachte aan zo'n snoepje kan al speeksel oproepen. Er ligt geen snoepje in je mond, maar de betekenis is al voldoende om een lichamelijke reactie te veranderen.


De Association for Contextual Behavioral Science legt RFT uit als een gedragsmatige theorie over menselijke taal en cognitie, waarin relationeel reageren centraal staat. In therapie is dit relevant omdat een cliënt nooit alleen de huidige situatie meebrengt. Woorden als falen, autoriteit, liefde of afwijzing activeren een persoonlijk netwerk. Dat netwerk is gevormd in de geschiedenis van die persoon en wordt in het huidige contact opnieuw werkzaam.


Hoe ontstaan relaties tussen woorden en gebeurtenissen?

De RFT beschrijft dat mensen relaties kunnen afleiden zonder alles direct te ervaren. In de basisopleiding gebruiken we daarvoor een verzonnen figuur, de flumiel.


Verzonnen figuur flumiel als voorbeeld van relationele koppelingen en betekenisgeving in de opleiding
Flumiel, een verzonnen afbeelding met dito naam.

Stel dat je leert: een flumiel is groter dan een muis. Zonder extra uitleg leid je af dat een muis kleiner is dan een flumiel. Dit wordt mutual entailment genoemd, een relatie werkt als het ware zowel heen als terug.

Leer je daarnaast dat een flumiel kleiner is dan een olifant, dan kun je afleiden dat een olifant groter is dan een muis. Dat is combinatorial entailment, verschillende relaties worden met elkaar verbonden.

Het bijzondere is dat de flumiel niet echt hoeft te bestaan. Taal is voldoende om flumiel, muis en olifant aan elkaar te koppelen. Via zulke afleidingen bouwen mensen enorme kennisnetwerken op.


De officiele RFT informatiepagina van ACBS biedt verdere uitleg en bronnen. In de basisopleiding blijft de technische diepte bewust beperkt. Het doel is niet dat therapeuten terminologie reproduceren, maar dat zij zien en ervaren hoe snel betekenis ontstaat en hoe weinig daarvan bewust gekozen is.


Hoe worden losse koppelingen een netwerk van betekenis?

Een enkel woord staat zelden alleen. Het woord ziekenhuis kan bij de ene persoon angst, ontsmettingsmiddel en verlies oproepen. Bij een ander activeert het geboorte, opluchting en deskundigheid. De fysieke plek is dezelfde, het relationele netwerk verschilt.


Netwerken verbinden zich bovendien met andere netwerken. "Fouten maken" kan gekoppeld raken aan "niet goed genoeg zijn". Dat kan weer verbonden zijn met afwijzing, alleen zijn, hard werken, controle en lichamelijke spanning. Zodra een element wordt geactiveerd, kunnen andere delen automatisch meekomen.


Taal en relaties maken context daardoor veel groter dan wat er zichtbaar in de kamer gebeurt. Een neutrale vraag van een therapeut kan in het netwerk van de cliënt de functie van een beoordeling krijgen. Een stilte kan worden ervaren als ruimte, maar ook als afkeuring.


Dat betekent niet dat ieder gesprek een speurtocht naar alle mogelijke associaties moet worden. Je kijkt vooral naar wat op dit moment gedrag stuurt. Welke woorden krijgen opvallend veel gewicht? Welke conclusies volgen automatisch? Welke andere situaties worden aan dit moment gekoppeld?


De blog Mijn ACTieve brein beschrijft toegankelijk hoe taal ons razendsnel door verleden, heden en toekomst laat bewegen.


Wat is transformatie van stimulusfuncties?

Eén van de belangrijkste RFT begrippen is transformatie van stimulusfuncties. Eenvoudig gezegd: als iets via taal een andere betekenis krijgt, kan ook veranderen wat het bij je oproept en hoe je erop reageert.


De flumiel is eerst neutraal. Vervolgens hoor je: "De flumiel is levensgevaarlijk." Het plaatje verandert niet, maar je reactie kan wel veranderen. Je systeem is nu voorbereid op afstand en bescherming.


Hetzelfde gebeurt bij het verhaal dat je over jezelf hebt gemaakt. Een presentatie is op zichzelf een taak. Wanneer presenteren verbonden raakt met falen, en falen met waardeloos zijn, kan de functie van die presentatie veranderen. Zij wordt niet alleen een kans om kennis te delen, maar een dreiging voor bestaansrecht of verbondenheid.


Het artikel Updating RFT, More Field than Frame werkt uit hoe relationele processen en functies binnen een breder gedragsveld worden begrepen. Dat sluit aan bij procesgerichte therapie, waarin niet een losse gedachte wordt bestreden, maar wordt gekeken naar het gehele patroon dat in een specifieke interactie werkzaam is.


De kritische vraag is dus niet: "Is deze gedachte waar?" maar vooral: "Wat wordt er mogelijk of onmogelijk wanneer deze woorden op dit moment deze functie krijgen voor jou?"


Hoe kan Zelf-als-Inhoud je gedrag sturen?

Door de tijd heen koppel je via taal allerlei eigenschappen, verwachtingen en betekenissen aan jezelf. "Ik ben lastig." "Ik moet sterk zijn." "Anderen vinden mij te veel." Zo ontstaat een verhaal dat je over jezelf hebt gemaakt. In procesgerichte ACT noemen we dit Zelf-als-Inhoud. Je kunt het ook zien als een verbale identiteit, een netwerk van betekenissen dat is ontstaan vanuit ervaringen, reacties van anderen en de culturele context waarin je leeft.


Zodra zo'n netwerk wordt geactiveerd, kan het sterk gaan meespelen in wat iemand vervolgens doet. Iemand die zichzelf als lastig beschrijft, stelt mogelijk minder vragen. Iemand die vindt dat hij sterk moet zijn, vraagt geen hulp. Iemand die verwacht te veel te zijn, scant voortdurend de ander op tekenen van irritatie.


Ook in therapie komt het verhaal dat iemand over zichzelf heeft gemaakt mee de kamer in. Dat geldt overigens net zo goed voor de therapeut. Jouw eigen netwerk kan bepalen dat een goede therapeut altijd iets moet toevoegen, een cliënt niet teleurgesteld mag raken en altijd met een goed gevoel de spreekkamer uit moet gaan.


In de blog Zelf-als-Context, waarom jij altijd oké bent lees je hoe een andere verhouding tot zulke verhalen kan ontstaan. De blog over defusieoefeningen laat zien dat een oefening altijd moet aansluiten bij de functie die taal in deze context heeft.


Door taal en relaties als context te zien, hoef je het verhaal dat iemand over zichzelf heeft gemaakt niet te behandelen als een foute gedachte. Je kunt het begrijpen als een geleerd netwerk dat in bepaalde contexten veel invloed krijgt op wat iemand doet.


Wat vraagt kennis van taal en relaties in therapie?

RFT kennis nodigt niet uit om tijdens elk gesprek technische termen te gebruiken. Zij helpt vooral om preciezer te luisteren.

Luister naar afleidingen

Welke conclusie volgt voor de cliënt automatisch uit een gebeurtenis? Als de ander kort reageert, betekent dat dan direct dat hij boos is?

Luister naar relationele woorden

Woorden als altijd, nooit, beter, slechter, moeten, hetzelfde en anders geven aanwijzingen over hoe gebeurtenissen aan elkaar worden gekoppeld.

Onderzoek de historische context

Wanneer heeft deze zin betekenis gekregen? Welke reacties van anderen hebben het netwerk versterkt?

Kijk wat er nu gebeurt

Wat gebeurt er in de interactie als jij deze vraag stelt? Wat merk je bij de ander, en wat gebeurt er bij jou? Ontstaat er ruimte, spanning, afstand, behoefte om uit te leggen, te sturen of juist stil te worden?

Laat het verhaal er zijn

Het verhaal dat iemand over zichzelf heeft gemaakt hoeft niet weg. Het helpt om te onderzoeken welke invloed het op dit moment krijgt en hoeveel ruimte er nog overblijft voor ander gedrag.


Taal en relaties vragen dus om aandacht voor betekenisgeving, niet om discussie over de juiste inhoud. Soms helpt een defusieoefening om ruimte te creëren om het er over te hebben. Soms een stilte, een nieuwe ervaring of het expliciet benoemen van wat er tussen jullie gebeurt.


In de Basisopleiding Procesgerichte ACT ervaren deelnemers dit via de flumiel, relationele oefeningen, het onderzoeken van het eigen verhaal en uietraard veel oefenen in gesprek. Wie materiaal zoekt kan ook de pagina met ACT materiaal bekijken.


Conclusie: je cliënt reageert nooit alleen op dit moment

Taal en relaties maken dat ieder actueel moment gevuld is met meer dan dat wat zichtbaar is. Woorden dragen geschiedenis, voorspellingen en betekenissen over onszelf mee. Een enkele koppeling kan de functie van een situatie veranderen en daarmee gedrag richting geven.


Dat inzicht maakt menselijk gedrag niet volledig voorspelbaar. Het voorkomt wel dat je gedachten als losse objecten behandelt die gerepareerd moeten worden. Je gaat luisteren naar het netwerk, de context en de manier waarop betekenis in de interactie wordt geactiveerd.


De vraag is niet alleen wat een cliënt denkt. De vraag is hoe die gedachte verbonden is, welke functie zij krijgt en wat er nu tussen jullie gebeurt wanneer zij wordt uitgesproken.


Deze blog is onderdeel van de reeks over de zes principes van procesgerichte ACT. Lees ook het overzicht van alle zes principes, de blog over gedrag in context en de blog over de functie van gedrag, waarin we steeds verder uitwerken hoe gedrag betekenis krijgt binnen de context waarin het ontstaat.


Wil je RFT leren begrijpen zonder de therapeutische interactie kwijt te raken? Bekijk dan onze ACT opleidingen. De theorie wordt steeds gekoppeld aan directe ervaring en klinische toepassing.

Over de auteur

Geschreven door Marjolein Vleugel, GZ psycholoog en gedragstherapeut, BIG 79061347625. Zij werkt bijna dertig jaar als therapeut, leidt sinds 2017 zorgprofessionals op in procesgerichte ACT en is coauteur van ACT met hoofd en hart.

 

Veelgestelde vragen

Wat betekent taal en relaties vormen de context?

Dat mensen reageren op actuele gebeurtenissen en op betekenissen die via woorden, herinneringen en symbolische koppelingen worden geactiveerd.

Wat is Relational Frame Theory?

De RFT is een gedragsmatige theorie over menselijke taal en cognitie, met relationeel reageren als kernproces.

Wat is mutual entailment?

Wanneer A op een bepaalde manier aan B is gerelateerd, kan de omgekeerde relatie zonder aparte training worden afgeleid.

Wat is combinatorial entailment?

Mensen kunnen uit twee of meer geleerde relaties nieuwe relaties afleiden zonder directe ervaring.

Wat is transformatie van stimulusfuncties?

Een relationele koppeling verandert hoe een gebeurtenis, woord of object op iemand werkt.

Waarom kan het verhaal dat je over jezelf hebt gemaakt zoveel invloed krijgen?

Omdat veel ervaringen, verwachtingen en betekenissen daarin met elkaar verbonden zijn. Wanneer een deel van dat netwerk wordt geactiveerd, kan dat direct invloed krijgen op wat iemand voelt, verwacht en doet.

Moet het verhaal dat je over jezelf hebt gemaakt veranderd worden?

Niet per se. Binnen procesgerichte ACT gaat het minder om de vraag of zo'n verhaal waar of onwaar is en meer om de functie die het op dat moment krijgt en hoeveel ruimte er nog overblijft voor ander gedrag.

Moet een therapeut RFT termen aan cliënten uitleggen?

Meestal niet. De theorie helpt de therapeut kijken, terwijl de taal in het gesprek eenvoudig en ervaringsgericht kan blijven.

Hoe hangt defusie samen met RFT?

Defusie kan de functie van woorden veranderen, zodat een gedachte aanwezig blijft zonder het gedrag volledig te bepalen. Daarnaast biedt defusie de mogelijkheid om ruimte te creëren tussen jou en je verhaal.

Waar kan ik RFT leren toepassen?

De Basisopleiding Procesgerichte ACT biedt een toegankelijke introductie en koppelt RFT aan Zelf als Inhoud, betekenisgeving en therapeutische interactie.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page